Spareribs low and slow met kruidige rub
Dit is het echte werk: dik bevleesde rauwe spareribs, een zelfgemaakte rub en drie uur geduld boven goede houtskool. De beloning is mals vlees met een diepe rooksmaak, een gekaramelliseerde buitenkant en een middag die naar barbecue ruikt.
Aantal personen: 4
Voorbereiding: 20 minuten
Bereidingstijd: 190 minuten
Moeilijkheid: Gemiddeld
Type gerecht: BBQ

Bereidingswijze spareribs low and slow
1. De rub en het vlies:
Trek het zilverkleurige vlies van de botkant van de racks; met een stuk keukenpapier heb je er eenvoudig grip op. Meng het paprikapoeder met de bruine suiker, een flinke theelepel zout en ruim peper. Wrijf de spareribs rondom goed in met de rub en laat ze op temperatuur komen terwijl je de barbecue voorbereidt.
2. De barbecue op 110 tot 120 graden:
Steek een halve starter houtskool aan en leg de gloeiende kolen aan één kant van de barbecue. Regel de luchtschuiven tot de temperatuur stabiel tussen de 110 en 120 graden blijft. Goede houtskool houdt zijn warmte lang vast, waardoor je rustig en gelijkmatig kunt garen.
3. Drie uur indirect:
Leg de spareribs met de botkant naar beneden op het deel van de barbecue zonder directe hitte en sluit het deksel. Laat ze ongeveer 2,5 tot 3 uur garen. Besprenkel ze ieder uur licht met wat appelazijn om het oppervlak vochtig te houden. De ribs zijn bijna klaar wanneer het vlees zichtbaar van de uiteinden van de botten is teruggetrokken.
4. Zelfgemaakte BBQ-lak:
Meng de ketchup met de honing, mosterd en ongeveer 1 eetlepel appelazijn. Bestrijk de spareribs in het laatste halfuur twee keer dun met deze lak. Laat tussen beide lagen ongeveer 10 tot 15 minuten zitten. Zo karamelliseert de saus rustig tot een glanzende, licht plakkerige korst.
5. Serveren:
Laat de racks ongeveer 10 minuten rusten. Snijd ze daarna tussen de botten door en serveer ze op een grote plank. Koolsalade past er perfect bij; servetten zijn geen overbodige luxe.
