Spaghetti alla carbonara met guanciale
Carbonara draait om drie dingen: guanciale, eidooiers en kaas. Geen room, geen trucs, wel een gladde saus die alleen ontstaat als je het pastawater goed gebruikt.
Aantal personen: 2
Voorbereiding: 10 minuten
Bereidingstijd: 15 minuten
Moeilijkheid: Gemiddeld
Type gerecht: Hoofdgerecht

Bereidingswijze spaghetti alla carbonara
1. De guanciale uitbakken:
Snijd de guanciale in reepjes van een halve centimeter en bak ze in een droge koekenpan op middellaag vuur in 6 tot 8 minuten langzaam krokant. Het vet moet rustig uitsmelten; dat gesmolten vet is de basis van de saus. Zet het vuur uit en laat de pan staan.
2. De spaghetti koken:
Kook de spaghetti beetgaar in ruim water met weinig zout: de guanciale en de kaas brengen zelf al veel zout mee. Schep vlak voor het afgieten een flinke kop kookwater uit de pan.
3. Het eimengsel roeren:
Klop intussen de eidooiers in een kom los met de fijngeraspte kaas en heel veel versgemalen zwarte peper, tot een dikke pasta.
4. Alles buiten het vuur samenbrengen:
Schep de hete spaghetti in de pan bij de guanciale en meng goed door het vet. Voeg een scheut van het hete kookwater aan het eimengsel toe, roer los en giet het dan over de pasta. Blijf omscheppen, van het vuur af: de warmte van de pasta laat de dooiers binden tot een glanzende, romige saus. Wordt hij te dik, dan lost een extra scheutje kookwater dat op.
5. Serveren:
Verdeel de carbonara direct over warme diepe borden en maak af met nog wat geraspte kaas en een laatste draai peper. Meteen eten: deze saus wacht op niemand.
